Een zanglijster trotseert de kou

Zou dit de lijster zijn die een groot deel van het jaar, verscholen in de boomtoppen van het Bentwoud, zo mooi voor ons heeft gezongen? Waarschijnlijk niet. Het grootste deel van de zanglijsters die in Nederland gebroed hebben, is vertrokken naar Zuid-Engeland, Frankrijk en Spanje. Van de lijsters die vanuit Scandinavië naar deze warmere streken trekken, blijft een gedeelte in Nederland overwinteren. Niet onverstandig; in het zuiden loop je nog steeds een gerede kans in de braadpan te verdwijnen, terwijl het in het noorden ijzig koud kan zijn. Wat dat betreft zal de sneeuw die het Bentwoud onlangs bedekte een koude verrassing zijn geweest.

Foto: Pieter van Dijk

Voor een gezonde vogel is dit, als het niet te lang duurt, geen probleem. In het najaar wordt een vetreserve aangelegd waarop een paar dagen geteerd kan worden. Er moet echter wel flink gegeten worden om die reserve op peil te houden. Lukt dit niet, dan betekent dit het einde voor de vogel en veel vogels halen inderdaad het voorjaar niet. Gelukkig zien de overlevers meestal wel kans de vogelstand op peil te houden door de afgenomen concurrentie wat betreft voedselaanbod en ruimte voor een territorium.
De lichaamstemperatuur van een vogel bedraagt zo’n 40 ℃. Dat is een enorm verschil met de buitentemperatuur. Vooral in de winter. Het op temperatuur houden van zo’n klein lijfje kost erg veel energie. Gelukkig zijn vogels goed geïsoleerd. Tussen de veren zit veel lucht en door de veren iets op te zetten kan het isolerend vermogen van het verenpak nog iets worden verhoogd. Maar die koude pootjes dan? Wie begin jaren ‘60 vanuit zijn bed met z’n grote blote voeten op het koude zeil stapte weet zich waarschijnlijk nog goed te herinneren hoe ontmoedigend dit kon zijn. Gelukkig bevat de anatomie van een vogel een slimmigheidje om te voorkomen dat er te veel warmte via de kale blote pootjes verloren gaat. De truc is om de temperatuur van het niet  bevederde pootje net een paar graden boven de buitentemperatuur te houden. Omdat het kale pootdeel geen spieren bevat maar alleen pezen is er daar beneden weinig energie en dus niet zo veel bloed nodig. Het weinige warme bloed dat in de poot door de slagader naar beneden stroomt geeft zijn warmte af aan het via de ader naar boven terugstromende koelere bloed. Dit is mogelijk doordat slagader en ader heel dicht tegen elkaar aanliggen en zo een soort warmtewisselaar vormen. Op die manier blijf er zo veel mogelijk warmte in het lichaam. Het systeem wordt vervolmaakt doordat de aderen ’s winters verhuizen van net onder de huid naar de kern van de poot. Nu nog even zorgen dat de bloedvaatjes in de huid zich vernauwen en laat de winter maar komen!