IJs: de grootste vijand van de ijsvogel

Hoewel de ijsvogel geen dagelijkse verschijning is neemt het aantal waarnemingen toe. Dit kan te maken hebben met klimaatverandering en het daarmee samengaande  minder vaak dichtvriezen van de plekken waar de ijsvogel zijn voedsel vergaart. Aan zijn prachtige kleuren dankt de vogel zijn bijnaam “vliegende edelsteen”. De naam ijsvogel heeft iets wrangs en tegenstrijdigs in zich. Dichtgevroren oppervlaktewater betekent voor de ijsvogel: geen eten. Dat betekent niet alleen honger, maar ook tekort aan vet uit de stuitklier om het verenpak waterafstotend te houden. Daarom is het zaak tijdig weg te trekken naar ijsvrij gebied. Mannetjes wachten vaak langer met wegtrekken dan de vrouwtjes. Het lijkt er op dat zij moeite hebben met het verlaten van hun territorium en broedplek. Wij mensen kunnen de ijsvogel helaas niet helpen met een voedertafel en vetbolletjes. Hooguit kunnen we delen van sloten ijsvrij proberen te houden en zorgen voor over het water hangende takken. Daarnaast zijn er op steeds meer plekken ijsvogelwanden te zien: van broedholen voorziene natuurlijke steile oevers tot betonnen muurtjes met daarin prefab broedwoningen. Je vindt er nu ook twee in het Bentwoud.

Foto: Pieter van Dijk

In de verhalen van Toon Tellegen bezit de olifant een onbedwingbare neiging om in bomen te klimmen. Elke keer loopt dit uit op pijnlijke kneuzingen, want telkens weer valt hij op een moment van onachtzaamheid naar beneden. Wanneer de olifant het plan heeft opgevat boven in de eik zijn verjaardag te vieren en alle andere dieren uit te nodigen, ziet hij kans zelfs de vogels, die anders nooit vallen, in zijn val mee te sleuren. Gelukkig overleven alle dieren het avontuur. In werkelijkheid ligt de zaak een stuk ingewikkelder. Een forse massa vormt bij een val een enorm risico.
Toch zijn er dieren die van vallen hun dagelijks werk hebben gemaakt. Zo laat de jan van gent, een zeevogel met een spanwijdte van een kleine 2 meter en een gewicht van bijna 3 kilo, zich van 30 meter hoogte in zee storten op jacht naar vis. Hij bereikt daarbij een snelheid van bijna 100 kilometer per uur. Hoewel hij zijn vleugels opvouwt is de klap op het water gigantisch. Het opspattende water biedt een spectaculair beeld en ondanks de hoge weerstand die het water biedt schiet de vogel onder water nog zo’n 4 meter door. De enorme klap die zijn kop te verduren krijgt wordt opgevangen door zijn airbag, een met lucht gevulde holte onder de hoofdhuid.
De ijsvogel verkrijgt zijn voedsel op een vergelijkbare manier. Het liefst duikt hij vanaf een over het water hangende tak in het water wanneer hij een visje waarneemt. Door zijn geringe gewicht van gemiddeld 40 gram is de klapper die hij maakt niet te vergelijken met die van de jan van gent. Toch is ook hij goed toegerust om zijn duik tot een succes te maken. Snavel en kop zijn zo gevormd dat ze bij het doorklieven van het water zo weinig mogelijk weerstand ondervinden. In Japan rijdt een hogesnelheidstrein waarvan de ingenieurs de voorzijde van de locomotief de vorm hebben gegeven van een ijsvogelkop. Door deze stroomlijn rijdt de trein zuiniger. Het voornaamste doel is evenwel dat in de vele tunnels die het traject rijk is de lucht door de voortrazende trein minder wordt samengeperst, waardoor de hinderlijke tunnelknal bij het verlaten van de tunnel wordt voorkomen. Er bestaat een speciale technische wetenschap, de bionica, die er op gericht is in de natuur voorkomende handige aanpassingen te gebruiken in de techniek.