De fuut, een vogel met een bewogen verleden

1892 was niet alleen het jaar waarin mijn grootvader werd geboren. Het was ook het jaar waarin de Bond ter bestrijding eener Gruwelmode werd opgericht. Welgestelde dames tooiden zich in die dagen met hoeden die uitbundig waren versierd met andermans veren. Dit kostte in Europa zo’n 5 miljoen vogels per jaar het leven. Toen veren alleen niet exclusief genoeg meer waren en er complete opgezette vogels op de dameshoeden verschenen kwamen er mensen tegen deze mode in opstand. Vooral de stern en de kleine zilverreiger hadden erg te lijden onder de pronkzucht der dames. Een andere vogel die het zwaar had was de fuut.

Niet alleen werd hij gezien als concurrent  van de visser, ook op zijn dicht bevederde velletje had de mens het voorzien. De satijnzachte witte borstveren stonden bekend onder de naam “futenbont”. Hiervan werden kraagjes en ook moffen waarin met ’s winters de handen kon warm houden gemaakt. De fraaie kastanjebruine halsveren zorgden voor een mooie finishing touch. De bovengenoemde bond vormde een aanzet tot het in 1899 oprichten van de Vereeniging tot Bescherming van Vogels. Tegenwoordig kennen we deze organisatie onder de naam Vogelbescherming Nederland.

Wie geluk heeft kan in het voorjaar de futenbalts aanschouwen, een ongelooflijk fraai waterballet waarvan op Youtube verschillende filmpjes zijn te zien. Na het bezegelen van hun relatie beginnen de ouders met het bouwen van een nest. Hiervoor worden half vergane plantendelen gebruikt, die een soort eilandje vormen. Zijn er eenmaal eieren gelegd dan worden deze met wat rottende plantendelen afgedekt wanneer de ouder zich genoodzaakt ziet het nest even te verlaten. Vader en moeder zorgen samen zo’n 10 weken voor de jongen in streepjespyjama, die op de rug van de ouder, veilig tussen de veren met de wijde wereld gaan kennismaken. Futen zijn behendige vissers. Minutenlang kunnen ze onder water blijven om een visje te vangen, maar ook om zo ongemerkt mogelijk uit de buurt van een mogelijke belager te komen.