De strontvlieg: een onbegrepen insect

De strontvlieg lust namelijk geen stront. Ondanks zijn wetenschappelijke naam Scathophaga stercoraria, die letterlijk stronteter betekent, leeft hij zoals veel insecten van nectar die hij uit bloemen haalt. Ter afwisseling grijpt hij af en toe een klein vliegje, dat hij met zijn priksnuitje leegzuigt. Wat hebben al die mooie lichtbruine vliegjes dan toch te zoeken op de verse flatsen die de hooglanders zo gul produceren? Het antwoord is: liefde.

De koeienvlaaien doen dienst als hangplek voor de mannetjes. Ze zijn te herkennen aan hun kenmerkende lichtbruine kleur. De vrouwtjes zijn wat meer grijsachtig en niet zomaar relaxend op de koeienstront aan te treffen. Ze vliegen rond met de bedoeling hun eitjes te laten bevruchten. Wanneer een vrouwtje de lucht krijgt van een koeienvlaai benadert ze deze tegen de wind in. Eenmaal geland tussen de wachtende mannetjes wordt zij het onderwerp van een gezellige nerveuze opwinding. De heren tuimelen van enthousiasme over elkaar heen en een van hen is uitverkoren om met het vrouwtje te paren. Dit gebeurt soms op de vlaai, maar ook kan het gebeuren dat het stelletje even een rustig plekje in het gras opzoekt.  De eitjes worden vervolgens gelegd op de vlaai. Om te voorkomen dat ze meteen in de drek zakken, hebben ze een bijzondere vorm. Door twee “vleugeltjes” hebben de eitjes qua vorm iets weg van een klein wit vliegje. Door deze vergroting van hun oppervlak blijven ze aan de oppervlakte, wat ze behoedt tegen verstikking. Een soortgelijke aanpassing is te zien aan de voeten van de strontvlieg. Deze lijken zelfs een beetje op de eitjes en maken het mogelijk comfortabel over de vlaai te wandelen.

De larfjes die uit de eitjes komen verdwijnen wel in de stront. Deze eten ze echter niet op, maar ze gaan op jacht naar larven van andere vliegensoorten die in de vlaai leven. Uiteindelijk verpoppen ze onder of naast de vlaai in de grond. Nu is het wachten op het grote moment om als nieuwe strontvlieg uit de pophuid te kruipen en het luchtruim te kiezen. Een mooi en vredig leven zou men denken. Toch loert er een onverwacht gevaar. Veel runderen krijgen medicatie toegediend om hen te beschermen tegen darmparasieten. Een veel gebruikt middel, ivermeticine, brengt schade aan organismen die er in de natuur voor zorgen dat uitwerpselen netjes worden opgeruimd en weer in de kringloop van het leven worden opgenomen. De mestkever is hiervoor erg gevoelig, maar ook onze strontvlieg ondervindt hiervan gezondheidsschade.