De geweizwam

De geweizwam
Op dode takken en stronken van loofbomen kan de geweizwam worden aangetroffen. De naam ontleent deze paddenstoel aan zijn vorm. De witachtige kleur die de geweizwam in het begin van zijn bestaan heeft wordt veroorzaakt door een laagje sporen. Deze witte sporen horen bij de ongeslachtelijke voortplantingsfase van deze paddenstoel. De nakomelingen die uit deze sporen voortkomen zijn identiek aan de ouderpaddenstoel. In een later stadium van zijn bestaan vormt de geweizwam sporen die slecht de helft van zijn genetisch materiaal bevatten. De wittige kleur is dan verdwenen. Om zich tot een nieuwe zwam te ontwikkelen hebben deze sporen een “partner” nodig. Vanuit de spore ontwikkelt zich een microscopisch dun schimmeldraadje. Ontmoet dit draadje een schimmeldraadje van een soortgenoot, dan groeien ze als één draad verder met een combinatie van de eigenschappen van beide “ouders”.

Geweizwam 2014
Geweizwam 11 december 2014

Over het nut van geslachtelijke voortplanting wordt door biologen veel gefilosofeerd. Als je je ongeslachtelijk voortplant weet je wat je hebt en wat je krijgt: een kloon van de ouder. Dat je de kans krijgt je voort te planten toont sowieso aan dat je de harde strijd om het bestaan voorlopig overleefd hebt. Alleen al daarom mag je jezelf als goed geslaagd beschouwen. Geslachtelijke voortplanting zorgt altijd voor verrassingen. Er ontstaat een nieuw individu uit de mix van het genetisch materiaal van de ouders. Dat kan gunstig uitpakken onder moeilijke of veranderende omstandigheden. De nakomeling is misschien wel heel goed toegerust om nieuwe omstandigheden het hoofd te bieden, waardoor zijn overlevingskansen toenemen. Het tegendeel kan helaas ook het geval zijn. Een nadeel van geslachtelijke voortplanting is bovendien het feit dat wie zich daarmee bezighoudt er af en toe even niet bij is met zijn hoofd. Thuis kan dat meestal niet veel kwaad, maar in de natuur kan dit je duur komen te staan.