De tijgerspin: een indrukwekkende dame

Ooit kwam deze mooie spin uitsluitend voor in het Middellandse Zeegebied. Door het warmer worden van de zomers kan hij zich tegenwoordig ook in noordelijker streken handhaven. Tot in Noorwegen aan toe. De verspreiding is snel gegaan. Waarschijnlijk komt dit door de wijze waarop jonge spinnetjes zich verplaatsen. Hangend aan een gesponnen draad laten ze zich door de wind naar nieuwe streken voeren. Zijn de omstandigheden daar naar wens, dan kan het nieuw bereikte gebied gekoloniseerd worden. Tot dusver zijn er geen signalen waargenomen die er op wijzen dat de tijgerspin oorspronkelijk aanwezige soorten bedreigt.

Tijgerspin 2015
Het grote, geel-zwart gestreepte vrouwtje is een opvallende verschijning.
Toch wordt zij met rust gelaten dankzij haar afschrikwekkende wespachtige uiterlijk. De spin wordt ook wel wespspin genoemd. Haar beet is echter totaal ongevaarlijk voor mensen. Het mannetje is slechts een halve centimeter lang en vaalbruin van kleur. Zoals bij de meeste spinnen is de paring een hachelijke onderneming, die meestal eindigt in het opeten van het mannetje door het vrouwtje. Spinnen hebben aan de voorzijde twee tastorgaantjes die wel iets weg hebben van een extra stel
korte pootjes. Bij de mannetjes eindigen deze zogeheten palpen in een soort kleine bokshandschoentjes. Deze heeft hij gevuld met zijn sperma en na de paring laat hij een van deze orgaantjes achter in het vrouwtje om de concurrentie voor te blijven.
Zo’n maand na de paring legt het vrouwtje haar eieren in een grote eicocon die een papierachtig uiterlijk heeft en bijna de grootte van een golfballetje. Na nog een maand komen de eitjes uit, maar de jonge spinnetjes komen pas in maart van het volgende jaar tevoorschijn. Wat ze in die tussentijd eten? Waarschijnlijk elkaar. Kannibalen zijn het.

Foto: Harry Ramler
Bronnen:
Wikipedia
http://www.janvanduinen.nl/argiopebruennichi.php