De krakeend

Vanuit de verte is de krakeend nauwelijks te onderscheiden van de vertrouwde wilde eend. Vooral de vrouwtjes lijken erg op elkaar. Een van de kenmerkende verschillen vormt de spiegel op de vleugels. Dit is het opvallende gekleurde vlakje dat veel eendenvleugels siert. Bij de wilde eend is dit iriserend blauw, terwijl het bij de krakeend wit is. De mannetjes missen bovendien de voor de wilde eend zo kenmerkende groene kop.
krakeend kck 11 03 16
Krakeenden zijn planteneters. Ze houden van een afwisselende rijke oevervegetatie. Ze kunnen in het water op hun kop staand –grondelend- of slobberend met hun snavel over het wateroppervlak worden gezien. De krakeend wordt ook wel kort maar krachtig krak genoemd. De naam kan te maken hebben met het geluid van het mannetje, dat wel wordt omschreven als een neuzelig, krakend knorren. Als het ’s winters niet te koud is overwinteren er duizenden krakeenden in Nederland. Wordt de kou ze te gortig, dan trekken ze naar het zuidwesten van Europa. Vroeger was de krakeend een zeldzame broedvogel in onze streken. Tegenwoordig komt hij steeds meer voor. Sommigen verwachten zelfs dat ze de wilde eend ooit in getal zullen evenaren.