Staafwants: de wandelende tak van het zoete water

Het kan er zo idyllisch uitzien; een mooie waterpartij op een zonnige zomerdag. Onder het wateroppervlak woedt echter een continue strijd om het bestaan. Eten of gegeten worden is de realiteit van elk moment. Rust bestaat niet. Elk ogenblik kan het noodlot toeslaan, bijvoorbeeld in de vorm van deze staafwants.
staafwants
Niet te onderscheiden van een half vergaan stukje rietstengel loert dit trage dier tussen de waterplanten op argeloos voorbij zwemmende waterdiertjes. Zijn voorpoten houdt hij voortdurend in de aanslag om toe te slaan. Zijn klauwen hebben veel weg van de grijpers van een bidsprinkhaan. Zoals alle wantsen heeft hij de beschikking over een scherpe zuigsnuit waarmee hij zijn slachtoffer doorboort en leegzuigt. Hieraan dankt de orde van insecten waartoe de wantsen behoren de naam snavelinsecten. Een andere, nogal verwarrende naam is: halfvleugeligen. De meeste wantsen hebben vier vleugels, waarvan het voorste paar grotendeels verhard is en als bescherming dient. Met de achterste vleugels kunnen veel wantsen vliegen. Ook de staafwants beschikt over vleugels, maar deze gebruikt hij niet. De lange spriet aan de achterzijde is een adembuis; een soort snorkel. Dicht onder het wateroppervlak hangend kan hij zijn omgeving in de gaten houden in afwachting van een smakelijk hapje.