Een platbuik

Mijn eerste ontmoeting met een platbuik had ik als jochie van een jaar of tien. Ik vond het dier dood aan de kant van de weg en was er van overtuigd dat het door een fiets overreden was. Hoe anders kwam het beest zo plat? Hij stond wel in mijn determinatiegidsje onder de naam libellula depressa, maar in die dagen deed die naam nog geen belletje bij mij rinkelen. Het zou nog heel wat jaren duren voordat ik er achter kwam dat hij in het Nederlands platbuik heet, zo genoemd naar zijn platte, brede achterlijf.

Hij komt nu ook in het Bentwoud voor. Het schijnt een pionierssoort te zijn. Dat wil zeggen dat hij recent gevormde leefgebieden koloniseert. Voor de oudere delen van het Bentwoud gaat dit niet helemaal meer op. Zeker niet voor de tweede tocht ter hoogte van het oude hondenbos waar ik deze platbuik tegenkwam. Het exemplaar op de foto is een mannetje. Pas uit de larvehuid gekropen is het achterlijf geel. Later wordt dit blauw “berijpt”. De gele kleur is nog mooi te zien aan de randen van de achterlijfsegmenten. Bij een bejaarde libel is het hele achtereind blauw. De vrouwtjes zijn hun hele leven geelbruin van kleur. De mannen zijn continu bezig met het bewaken van hun territorium. Libellen zijn het actiefst en alertst op het heetst van de dag. Geen gunstig moment om een foto te maken. Ze houden er echter een favoriet plekje op na van waaruit ze hun gebied goed kunnen overzien, speurend naar vrouwtjes, voedsel en vijanden. Hiernaar keren ze consequent terug. Heb je dit plekje ontdekt, dan is het alleen nog een kwestie van geduld. Zo lukte het toch nog om ’s middags om een uur of twee op een bijna tropisch aandoende dag deze foto te maken.