De zwarte wegmier neemt even de tijd voor een goed gesprek

Ontdoe in gedachten een wesp van haar vleugels en je houdt een grote gestreepte mier over. Mogelijk een wat bizarre gedachte, maar wanneer men zich realiseert dat mieren tot de zelfde familie behoren als de wespen namelijk de vespoidea, dan wordt het al iets minder vreemd. Bedenk daarbij ook dat er in de zomer korte tijd gevleugelde mieren uit allerlei hoeken en gaten komen, tot groot genoegen van de zwaluwen, voor wie het smullen geblazen is. Deze vliegende mieren zijn de in het nest door de vleugelloze werkmieren opgekweekte jonge koninginnen en mannetjes. Wanneer de weersomstandigheden gunstig zijn komen zij massaal en schijnbaar volgens afspraak uit verschillende nesten tevoorschijn.

Dat moet ook om de kans op inteelt te verkleinen. Hoog in de lucht vindt tijdens de zogenaamde “bruidsvlucht” de paring plaats. De mannetjes mogen nu rustig sterven, maar voor de bevruchte koninginnen is het zaak veilig met alle zes de benen op aarde terug te keren en een geschikt plekje te vinden om helemaal alleen een nieuw volk te stichten. Vereisten voor een geschikte plek zijn een juiste temperatuur, vochtigheidsgraad en duisternis. Het heeft iets moois, maar ook iets triests. Slechts een paar koninginnen zullen niet worden opgegeten en een goed plekje vinden. Het merendeel wordt verslonden, belandt op het asfalt of op een andere onbruikbare plek. Net als hun familieleden de wespen zijn de mieren sociale insecten. Een mierenvolk, waarin groepen mieren een specifieke taak vervullen wordt wel eens beschouwd als één groot organisme. Dit vraagt om een efficiënte communicatie. Deze vindt bij mieren voornamelijk plaats door middel van feromonen, signaalstoffen die worden ingezet bij het uitwisselen van informatie. De voelsprieten spelen hierbij waarschijnlijk de belangrijkste rol. Simpel gesteld zou je kunnen zeggen dat mieren hiermee ruiken. Deze sprieten zien er veel ingewikkelder uit dan die van veel andere insecten. De voelspriet van een dagvlinder ziet er uit als een lucifer: een stokje met een knopje. De mierenvoelspriet is veel beweeglijker. Na het eerste segment, bekeken vanaf de kop, zit een soort elleboogje, dat de spriet op een armpje doet lijken. Naast het ruiken en interpreteren van de signaalstoffen zouden de sprieten b.v. kunnen worden gebruikt om aan te geven in welke richting een mier voedsel heeft gevonden. Wanneer andere mieren uit het volk eenmaal op het juiste spoor zijn gebracht wordt de weg naar het lekkers verder versterkt door een feromoon, waardoor nog meer mieren het spoor kunnen volgen. Het terugvinden van het nest is ook afhankelijk van geursporen. Een mier die je van je kleren schudt op enige afstand van het nest zal hoogstwaarschijnlijk nooit meer thuiskomen en omkomen. Aansluiting bij een ander nest is geen optie. Elk volk heeft zijn eigen geur. Tegenover vreemdelingen gedragen mieren zich erg agressief. Het is dus van levensbelang tijdens het werk voortdurend via de voelsprieten in contact te blijven met nestgenoten. Even een goed gesprek.