De egel: een varkentje onder de heg

Hij is een stuk kleiner, maar verder lijkt de kop van een egel heel erg op het hoofd van een wild zwijn. Daaraan dankt het dier zijn Engelse naam “hedgehog”, “heggevarken”. Een toepasselijke naam, want wanneer het in november wat kouder begint te worden is dat voor de egel het sein om serieus op zoek te gaan naar een plek om te overwinteren. Een holletje onder een dikke laag bladeren onder een heg of ander dicht struikgewas vormt een geschikte plek. Tijdens de winterslaap daalt de lichaamstemperatuur met zo’n 30 graden. Ook de hartslag wordt veel trager. In deze toestand verbruikt het rustende dier heel weinig energie. Wanneer het een flinke vetreserve heeft opgebouwd komt het meestal de winter wel door.

Foto Pieter van Dijk

Verstoring van de winterslaap kost echter veel energie en kan funest zijn. Ook de wijze van voedsel zoeken doet varkensachtig aan. Wroetend met zijn snuit tussen de bladeren is hij op zoek naar wormen, insecten en andere dieren, zoals kikkers of een nest muizen. Daarbij maakt hij ook nog een hoop herrie. Een tussen de struiken rondscharrelende flinke egel maakt bijna net zoveel geluid als een mens. Knorrend en snuivend zoekt hij zijn weg en wanneer hij iets eetbaars heeft gevonden wordt dat luid smakkend verorberd. Dit alles vindt ’s nachts plaats. Een egel ziet niet zo goed, maar de reuk is heel goed ontwikkeld, zodat de duisternis hem niet hindert, en alleen maar beschermt. Des te vreemder is het dat het egeltje op de foto zich overdag heeft laten fotograferen. Vaak is het bij daglicht rondscharrelen van een egel geen goed teken en bij nadere beschouwing van de foto valt plotseling op dat er een groene vleesvlieg op hem zit. Deze insecten worden op honderden meters afstand aangetrokken door de geur van rottend of ongezond vlees. Het zou mogelijk zijn dat deze egel is aangetast door myiasis, de madenziekte. Er bestaan vliegensoorten die hun eitjes in wondjes of op minder schone plekken van levende dieren leggen. De maden die hier uit komen kruipen in het dier en beginnen het van binnenuit op te eten, waardoor het snel verzwakt en sterft. Het is een naar natuurverschijnsel, gevreesd door konijnen- en schapenhouders. De natuur is interessant, maar vaak van een bizarre wreedheid en soms ronduit weerzinwekkend.