Myxomatose: een nare konijnenziekte

Op het nieuw aangelegde betonpad in het hondenbos ligt een dood konijn. Het vertoont geen sporen van een schot hagel of de tanden van een hond. De gezwollen ogen tonen aan dat dit dier hoogst waarschijnlijk het slachtoffer is van de virusziekte Myxomatose.
Ooit was dit een milde ziekte onder Zuid-Amerikaanse konijnensoorten. Toen ter plekke Europese konijnen werden ingevoerd bleek de ziekte voor de nieuwkomers funest te zijn. 99,9% overleefde een besmetting niet. Ter geruststelling: Myxomatose is niet besmettelijk voor honden, katten, cavia’s en mensen.

Konijn gestorven aan myxomatose maart 2015

Toen in 1949 de schapenteelt in Australië ernstig te lijden had onder de vraatzucht van uit Europa geïmporteerde konijnen werd toestemming gegeven deze plaag te bestrijden door invoering van het myxomatosevirus. Dit experiment was erg “succesvol”. Slechts enkele jaren na invoering van het virus had het zich over heel Australië verspreid. Geïnspireerd door dit resultaat introduceerde in 1952 een arts in Frankrijk het virus vanuit Rio de Janeiro op zijn omheinde landgoed, waar volgens hem te veel konijnen leefden. Het virus trok zich van de omheining niet veel aan. De verspreiding ervan vindt namelijk plaats via bloedzuigende insecten zoals muggen en vlooien. De laatsten blijven meestal binnen één populatie actief, maar muggen verspreiden zich over grote afstanden. De besmetting vindt plaats doordat virusdeeltjes aan de zuigende monddelen van de insecten blijven kleven. Ze kunnen daar ruim 200 dagen overleven. Op die manier kan een mug na het ontwaken uit zijn winterrust voor een plotselinge besmetting zorgen. Binnen een jaar had de ziekte Nederland bereikt en in 1957 was de ziekte over het gehele land verspreid.
Besmette konijnen zijn te herkennen aan bulten met vochtophopingen, gezwollen oogleden, ontstoken ogen en uiteindelijk blindheid die ze ongericht en meelijwekkend doet rondscharrelen. Een klein percentage overleeft een epidemie, waarna de populatie zich weer kan herstellen. Het percentage overlevers schijnt trouwens te groeien. Binnen het virus zijn sterkere en zwakkere varianten ontstaan. Bizar genoeg is het zwakkere virus in het voordeel. Het konijn leeft langer, waardoor het virus meer tijd heeft zich onder de populatie te verspreiden. Het aantal overlevende konijnen zal bij een zwak virus groter zijn en deze dieren zullen levenslang resistent zijn. Via de moedermelk krijgen ook jonge dieren antistoffen binnen, die hun kans een epidemie te overleven vergroten. Meer informatie vind je op Kennislink.