Klapstuk in het Bentwoud

Klapstuk in het Bentwoud
Vanaf eind november 2015 voelt een voor Nederland zeer schaarse vogel zich goed thuis in het (ons) Bentwoud. Zijn naam : Klapekster (in Latijns: Lanius excubitor). Is geen familie van de gewone Ekster, want dit is een klauwier. Deze zangvogel heeft een haaksnavel en poten met scherpe nagels. Hij vangt levende prooien zoals hagedissen, veldmuizen, kleine vogels en grote insecten. Hij gedraagt zich dus als eenĀ predator. Daarnaast heeft hij de gewoonte gevangen prooien (soms nauwelijks dood) als voedselvoorraad op te prikken aan doornen of prikkeldraad. In de vorige eeuw broedden Klapeksters nog in ons land. Door de jaren heen werd de soort echter steeds schaarser. De afnemende trend bleef doorzetten en sinds 2002 is er geen broedgeval meer vastgesteld in Nederland.
Klapekster151215B
(Foto Adri de Groot, vogeldagboek.nl)
In de trektijd zakken Scandinavische vogels af naar het zuiden. Ze worden dan redelijk vaak in Nederland gezien. Een deel van deze vogels blijft overwinteren. Voornamelijk op heideterreinen zijn daarom in de winter Klapeksters waar te nemen. Klapeksters houden er winterterritoria op na die gewoonlijk enkele tientallen hectares beslaan. In dit territorium hebben ze enkele vaste uitkijkposten die ze veelvuldig gebruiken. Afhankelijk van de voedselsituatie verplaatsen ze zich tussen de uitkijkposten, en leggen per dag soms 10 km of meer af.
Klapekster230116J
(Foto Adri de Groot, vogeldagboek.nl
In sommige laagveengebieden is het landschap door vegetatiesuccessie mogelijk aantrekkelijker geworden voor Klapeksters. Elk jaar worden de overwinterende klapekster geteld in Nederland. In Zuid Holland verblijven er nu maximaal 5 exemplaren van dit prachtbeest. Zondag 7 februari 2016 heb ik met enig geluk een exemplaar waargenomen. Het is iets om trots op te zijn dat deze vogel hier verblijft, en nog vele jaren hier als klapstuk hopelijk mag verblijven. Het toont aan dat dit natuurgebied een aanwinst is voor Zuid Holland en zorgvuldig beschermd en behouden moet blijven!

G. Rozeboom